All Killer No Filler
Sum 41 heeft weinig behoefte om de tienerjaren op All Killer No Filler waardig te laten klinken. Ze zijn hier luid, uitgelaten en snel afgeleid. De songs zitten goed genoeg in elkaar om daar meer van te maken dan een grap. De titel belooft alleen iets meer dan de plaat helemaal waarmaakt.
Fat Lip laat de verschillende interesses het best samenkomen. De snelle wisselingen in de coupletten leiden naar een sterk gezongen refrein. De stemmen houden de bekende gitaarinzet levendig. De song leent vrijuit van rap en poppunk, maar de onderdelen passen zo gemakkelijk dat originaliteit minder belangrijk wordt.
In Too Deep is minder druk en net zo doeltreffend. De eerste gitaarlijn zet de melodie meteen neer. De solo geeft het middendeel een kleine opleving zonder de song te onderbreken. Deryck Whibley heeft de juiste stem: licht gespannen, gretig om gehoord te worden en bereid een heldere melodie het meeste werk te laten doen.
Motivation, Rhythms en Handle This ondersteunen dat goed. De laatste geeft de plaat een beschouwender moment. De snelle songs houden de energie hoog. Jerry Finns productie laat de onderdelen helder aankomen. Je kunt de muziek goed volgen zonder dat het lijkt alsof de band geen plezier meer heeft.
Sommige korte songs overtuigen minder. All She's Got en Crazy Amanda Bunkface doen wat ze moeten doen, maar blijven minder hangen dan de beste refreinen. De ritmesectie is betrouwbaar, niet bijzonder avontuurlijk. Daardoor heeft een zwakkere melodie weinig anders om de aandacht naartoe te trekken.
Het gespeelde metalvertoon van Pain for Pleasure sluit onnozel en liefdevol af, met een laatste dosis gitaarenthousiasme. Het past bij de losse identiteit. Sum 41 wil aanstekelijke melodieën, snelle songs en af en toe mogen uitsloven. Dat komt vaak genoeg samen voor een plezierige, pretentieloze plaat.
