Chuck
Op Chuck neemt Sum 41 de zware muziek serieus. De gitaren hebben meer kracht en definitie. De onrust in de songs laat weinig ruimte voor de eerdere grappen. De verandering overtuigt doordat de band zijn gevoel voor directe refreinen behoudt.
No Reason laat die balans snel horen. De drums stuwen hard onder een gemakkelijk te volgen zangmelodie. De urgentie komt net zo goed uit het arrangement als uit de woorden. De algemene statements hoeven dus niet al het gewicht te dragen. Het is een sterke overgang van de intro naar de eigenlijke plaat.
We're All to Blame vergroot de contrasten. De agressieve coupletten en het tragere, openere refrein lijken verschillende kanten op te trekken. Die instabiliteit past bij de song. De sfeerwisseling krijgt betekenis en het akoestische einde geeft de intensiteit een plek om te landen.
Het metalspel is het duidelijkst in The Bitter End. Snelle slaggitaren en actieve leadpartijen maken het spannend, ook al zijn de invloeden gemakkelijk te herkennen. Toewijding en precisie geven het nummer bestaansrecht. Het hoeft niet te doen alsof het een nieuw soort muziek uitvindt.
Rustiger materiaal verbreedt de emotionele kant. Slipping Away is een korte pauze. Pieces maakt van afzondering een directe, kwetsbare song. Whibley's stem werkt hier beter dan een uitgebreider zangvertoon had gedaan. Zijn onzekerheid maakt de melodie persoonlijk.
Sommige omliggende tracks gebruiken bekende contrasten uit zware rock zonder een even sterk middelpunt te vinden. Daardoor houdt de plaat het niveau van de beste momenten niet steeds vast. Afsluiter 88 geeft de band wel ruimte om verschillende ideeën te verbinden. De leadgitaar brengt echte beweging in het middendeel.
Chuck is boos, maar interessanter is de bezorgdheid. De songs vragen steeds wat er gebeurt wanneer zekerheid in twijfel verandert. Sum 41 geeft die vraag genoeg melodie en stevig spel om de veranderde toon overtuigend te maken.
