Pink Flag

Pink Flag

Pink Flag verspilt bijna niets. Wire neemt de snelheid en directheid van punk over en onderzoekt vervolgens hoeveel een nummer eigenlijk nodig heeft. Sommige tracks stoppen voordat een vertrouwd couplet en refrein vorm kunnen krijgen. Andere nemen gas terug en bouwen een veel zwaardere sfeer op. Met eenentwintig nummers in korte tijd houdt het album je voortdurend bij de les.

Reuters laat meteen horen dat dit meer is dan een snelle verzameling riffs. De afgemeten opening groeit geleidelijk uit tot dichte gitaarruis en een felle zangpartij. De band laat genoeg ruimte tussen de instrumenten om die toenemende druk echt te voelen.

Het snellere materiaal valt zonder veel voorbereiding aan. Field Day for the Sundays en Brazil komen binnen, maken hun punt en verdwijnen weer. De afgekorte arrangementen kunnen je overvallen, maar geven het album een duidelijk karakter. Wire herhaalt een muzikaal idee niet omdat een doorsneenummer nu eenmaal nog een refrein zou krijgen.

Er zit ook melodie in. Fragile ruilt een deel van de scherpe vervorming in voor een lichter gitaargeluid. Mannequin combineert een stevig ritme met uitnodigende achtergrondzang. Strange beweegt trager en laat zijn ongemakkelijke gitaarsfeer verder uitwaaieren. Die veranderingen voorkomen dat de sobere aanpak één voortdurend herhaald trucje wordt.

Niet ieder fragment voelt even af. Een paar nummers lijken te stoppen zodra ze interessant beginnen te worden. De scherpe voordracht van Colin Newman verzacht die abrupte overgangen nauwelijks. Toch blijft het geheel opvallend goed overeind. Pink Flag biedt directe punkenergie en zorgvuldig gekozen tegenstellingen. Daardoor voelen de kleine ideeën veel groter dan hun speelduur doet vermoeden.