Necropalace
Worm lijkt weinig behoefte te hebben aan bescheidenheid. Necropalace zet de toetsen, gitaarsolo's en het algemene onheil nog nadrukkelijker aan. Zoek je een metalplaat die klinkt alsof iemand een uiterst verdacht kasteel heeft opengesteld, dan begint dit veelbelovend.
De belangrijkste verandering zit in de balans. De trage, zware basis blijft, maar de toetsen en blackmetalelementen eisen meer aandacht op. Gates to the Shadowzone zet de sfeer neer voordat het titelnummer de deuren echt opent. De muziek wisselt snelle aanvallen en tragere passages af. Daarbij krijgt de leadgitaar genoeg ruimte voor een eigen verhaal.
Dat gitaarspel is een belangrijke reden om door te luisteren. Wroth Septentrion brengt melodie zonder de muziek vriendelijker te maken. De solo's zijn uitgebreid, maar bieden ook houvast in de dichte arrangementen. Halls of Weeping gebruikt die combinatie van sombere omgeving en expressief spel bijzonder goed.
Er valt veel te verwerken. De hoofdnummers zijn lang. Dragon Dreams duurt meer dan twaalf minuten en de afsluiter gaat nog verder. Worm wisselt in die songs van tempo en klank, al kan het voortdurende drama vermoeien. Soms zou wat minder versiering een sterke riff duidelijker laten spreken.
Tegelijk zou terughoudendheid iets van het karakter wegnemen. Witchmoon: The Infernal Masquerade gaat volledig mee in de grote opzet, met Marty Friedman als extra deelnemer aan het gitaarvertoon. Het is een passend slot voor een plaat waarop overdaad bij de aantrekkingskracht hoort.
Wie vooral het death-doomgewicht uit Worms eerdere werk zoekt, kan die nadruk missen. Necropalace biedt een theatralere ervaring met genoeg sterk spel om die te dragen. De sfeer is heerlijk overdreven, de melodieën blijven hangen en de band voelt zich duidelijk thuis in al die ruimte.
