Amplifier

Amplifier

Motorhead opent Amplifier met een gitaargeluid dat meteen de hele ruimte vult. Sel Balamirs stem geeft het lawaai vervolgens een duidelijk melodisch doel. Daarmee staat de sterkste combinatie van het debuut: de band kan enorm klinken en toch een herkenbare rocksong vasthouden.

Airborne maakt het atmosferischer. Gitaareffecten roepen een zwevend gevoel op voordat het spel samenkomt in een zwaardere instrumentale beweging. Die overgang werkt doordat de rustige klanken al eigenheid hebben. Kracht en ruimte voelen verbonden, niet als losse standen.

Neon is de duidelijkste ingang. De melodie komt directer dan in de grote arrangementen. De gitaarklank heeft genoeg eigen kleur om de song onderscheidend te maken. De band laat horen hoeveel hij kan zeggen zonder een lange weg naar het refrein te nemen.

De ritmesectie is onmisbaar voor die helderheid. Bas en drums geven de effectrijke gitaren een stevige fysieke basis. Wanneer de stem terugtreedt, blijft de muziek actief. Het spel heeft gewicht, maar suggereert onder de vervorming ook een lichtere, bijna verende beweging.

On/Off verlaagt het tempo en laat de zang beschouwender klinken. The Consultancy heeft nog een sterke melodie en geeft in het zware geluid ruimte aan opener gevoeligheid. One Great Summer en UFOs sluiten daarna af met bredere, ruimere melodieën. Zo kan de plaat opbeuren zonder haar ruwe kanten kwijt te raken.

De plaat bestrijkt veel terrein, al keren sommige zanglijnen en gitaarideeën zo vaak terug dat de songs minder duidelijk van elkaar verschillen. Balamirs beheerste zang geeft zware passages richting, maar kan verschillende gevoelens ook even beheerst laten klinken.

Amplifier slaagt doordat het geluid karakter heeft en de beste songs op meer dan dat steunen. Neon blijft hangen door melodie. Airborne verdient zijn omvang met ontwikkeling. Zware gitaarmuziek wordt hier ruimtelijk en uitnodigend, met genoeg ritmisch leven om te voorkomen dat de songs in de sfeer stilstaan.