Audioslave

Audioslave

Chris Cornell voor de muzikanten van Rage Against the Machine zou hoe dan ook aandacht trekken. Interessanter is wat ze samen kunnen zodra die namen niet meer het belangrijkste zijn. Audioslave geeft een overtuigend antwoord, al duurt dat antwoord iets langer dan nodig.

Cochise opent uitstekend. Tom Morello's gitaargeluiden maken plaats voor een enorme riff. Brad Wilk en Tim Commerford leggen een stevige basis en Cornell zet met de juiste kracht in. Show Me How to Live behoudt dat gewicht en geeft de zang meer ruimte. De muzikanten hebben herkenbare eigen stijlen. De beste songs laten die naar hetzelfde resultaat toewerken.

Like a Stone is het sterkste voorbeeld. Het gelijkmatige tempo laat ruimte rond Cornell. Morello's vreemde, hoge gitaarsolo biedt een heel andere ontlading dan een gewone bluesrocklead. De song hoeft niet te haasten of extra partijen op te stapelen. De melodie doet het meeste werk. I Am the Highway heeft vergelijkbaar geduld en laat horen hoe goed de groep een melancholische song aankan zonder onvermijdelijk naar een uitbarsting te bouwen.

Shadow on the Sun biedt juist meer van die uitbarsting. De rustige passages laten het slot harder aankomen. Cornell zoekt de ruwe rand van zijn stem op. Het werkt bijzonder goed om zo'n krachtige zanger boven zo'n beheerste ritmesectie te horen. Ze laten hem ruimte om onvoorspelbaar te klinken.

Veertien tracks en ruim een uur is wel veel van dit specifieke geluid. Enkele riffgerichte songs maken minder indruk. Met wat minder materiaal dat om ruimte vecht, zou de plaat sterker zijn. De hoogtepunten maken dat aanvaardbaar. Audioslave is een zelfverzekerd hardrockdebuut met verschillende songs die blijven bestaan. Vooral wanneer sfeer en melodie net zo zwaar mogen wegen als de gitaren. Bekende namen trekken mensen naar binnen. Deze songs geven ze een reden om te blijven.