Colourmeinkindness
Basement plaatst zijn melodiegevoel op Colourmeinkindness in een zwaarder, trager geluid. De gitaren schuren flink, maar de songs zijn zelden alleen van snelheid afhankelijk. De liefde voor alternatieve rock uit de jaren negentig is duidelijk. Tegelijk voorkomt de directe emotie dat de bekende ingrediënten alleen het naspelen van een ander tijdperk worden.
Whole opent overtuigend. Ruwe gitaren en stevig duwende drums laten onder het lawaai een duidelijke melodie horen. Spoiled brengt energie en melodie op vergelijkbaar sterke wijze samen. Zo voelt de stap naar grunge natuurlijk. De urgentie blijft, ook als de riffs breder worden.
Covet is afgemetener. Een laag, vervormd gitaarfiguur beweegt ongehaast. Andrew Fisher houdt zijn zang in, waardoor het refrein bij aankomst zwaarder voelt. De song haalt veel uit een eenvoudig arrangement. Het geeft de plaat een herkenbaar middelpunt zonder een ingewikkelde structuur nodig te hebben.
Het rustige materiaal is ook belangrijk. Breathe laat meer ruimte rond zachte zang en zet de melodie centraal. Het toont hoe goed Basement de aandacht zonder een deken van vervorming kan vasthouden. Door dat contrast krijgt het harde materiaal meer betekenis. De plaat blijkt breder dan het gitaargeluid eerst doet vermoeden.
Niet elke geduldige passage verdient de lengte. Control bouwt lang spanning op voor het snelle slot. Het wachten levert minder op dan de uiteindelijke ontlading. Bad Apple heeft een stevig ritmisch geraamte, maar de herhaalde ideeën blijven minder hangen dan de beste songs eromheen. Hier blijken de grenzen van een bekend geluid wanneer de compositie geen sterke melodie heeft.
Wish geeft een bevredigender lang slot. Volumewisselingen, sterke drums en een brede gitaarmelodie brengen ambitie in het einde. Colourmeinkindness is een boeiende plaat met enkele trage delen, geen volledige heruitvinding van gitaarmuziek. De beste melodieën, ruwe randen en intensiteitswisselingen geven haar wel een karakter dat verder reikt dan de duidelijke invloeden.
