Razorblade Suitcase

Razorblade Suitcase

Bij Greedy Fly wordt Razorblade Suitcase interessanter dan zijn reputatie. De gitaren bewegen ongemakkelijk, Gavin Rossdale lijkt met zijn stem ertussen gevangen en het aanstekelijke refrein neemt dat ongemak niet weg. Het tweede Bush-album kan zijn rauwere geluid dus laten werken.

Personal Holloway opent om vergelijkbare redenen sterk. De bas geeft een fysieke kern en de gitaren blijven ruw genoeg voor onrust. Steve Albini legt de instrumenten opener vast dan op Sixteen Stone. Dat helpt als de band een duidelijk idee heeft. Het helpt minder als de productie dat idee juist zou moeten leveren.

Swallowed vindt de beste balans. De melodie is toegankelijk, maar nooit helemaal comfortabel. Rossdale geeft het refrein een gespannen vasthoudendheid. De rustige delen laten de zwaarte met een doel aankomen. Cold Contagious heeft ook een herkenbare zanglijn. A Tendency To Start Fires geeft een scherpere energiestoot.

Verderop worden de problemen duidelijker. Sommige songs blijven in trage gitaarherhaling hangen en ontwikkelen te weinig voor alle gevraagde aandacht. Rossdale zingt nadrukkelijk, maar kan zo niet altijd samenhang geven aan vage teksten. De plaat verwart een stemming vasthouden soms met die verdiepen.

Straight, No Chaser biedt een nuttig rustig contrast. De stem krijgt ruimte en de band bewaart omvang zonder elk instrument voluit te laten spelen. History brengt de harde rand terug. Toch heeft de latere reeks minder duidelijke eindpunten dan het begin.

Dit is een waardevolle, wisselvallige plaat met songs die van de schurende aanpak profiteren. Het beste materiaal verbindt kwetsbaarheid aan lawaai. Elders legt het ruwe geluid bloot hoe weinig een arrangement doet. De ambitie van Razorblade Suitcase is begrijpelijk. In de sterkste tracks wordt die ambitie een echte song.