Vena Sera
Chevelle plaatst de bekende hard-zachtcontrasten op Vena Sera in een stevig, ritmisch geleid geluid. De gitaren blijven zwaar. Pete Loeffler geeft de refreinen met zijn stem een melodisch middelpunt. Het is een doeltreffende versie van een bestaande aanpak, geen grote koerswijziging. De beste songs vinden daarbinnen nuttige verschillen. Zwakke passages maken de herhaling duidelijker.
Antisaint opent met krachtige snare en dichte gitaren en geeft de plaat lichamelijk gewicht. Brainiac houdt de energie hoog. Het tempo maakt de zware kant urgenter. Drums en gitaren werken nauw samen; het ritme bepaalt veel van de aantrekkingskracht van de riffs.
Well Enough Alone komt met Loefflers openingsschreeuw even direct binnen. Zodra het arrangement zich zet, geeft de melodie een duidelijk houvast. De uitvoering overtuigt, maar laat ook horen hoe dicht Chevelle bij bekende vormen blijft. Rustige voorbereiding en groot refrein werken zonder bijzonder te verrassen.
Saferwaters en Paint the Seconds bieden een afgemetener kant. De zang krijgt meer ruimte om naar het refrein te groeien. Melodie verzacht zo de randen van het zware geluid. De songs werken doordat zachte details onderdeel van het arrangement blijven, in plaats van als losse ballads te verschijnen.
I Get It geeft een andere nuttige verandering met een lichter gevoel en rustelozere bas. Midnight to Midnight is krachtiger en brengt laat op de plaat urgentie terug. Die contrasten onderscheiden songs. De band kan de voordracht variëren terwijl de basis van gitaar, bas, drums en stem intact blijft.
De beperking is hoe vaak dezelfde grote lijn terugkeert. Gitaren duwen vooruit, trekken terug en zwellen achter een emotioneler refrein weer aan. Over de hele plaat maakt dat goede uitvoeringen minder eigen dan ze verdienen. Toch heeft Vena Sera genoeg sterke melodieën en ritmische aandrijving om te boeien. Chevelle maakt een degelijke en soms bijzonder effectieve plaat. Kleine veranderingen geven op de beste momenten het vertrouwde geluid wat meer ruimte.
