Poor David’s Almanack

Poor David’s Almanack

Poor David's Almanack brengt folksongs, ruwe gitaren en speelse verhalen in een compacte verzameling. David Rawlings heeft een eigen leadstem. De meerstemmigheid eromheen telt even zwaar. Gillian Welch en andere spelers geven warmte zonder alles te polijsten. De natuurlijke verbinding tussen de onderdelen trekt.

Midnight Train opent tussen countryblues en gospel. Stemmen sluiten rond Rawlings' lijzige voordracht aan en introduceren ontspannen het groepsgeluid. Money Is the Meat in the Coconut kiest humor. Fiddle, gitaar en banjo geven de ongewone titel muzikaal gezelschap. De lichtheid maakt de oude folkstijl uitnodigend in plaats van formeel.

Cumberland Gap schudt sterker wakker. Donkere gitaar, bas en drums geven directe folkrockkracht. De instrumentale onderbreking laat Rawlings spelen. Interesse in traditie sluit een ruw elektrisch geluid niet uit.

Airplane is teder. Melodie en hechte meerstemmigheid geven emotionele helderheid en een hoogtepunt. De strijkers vergroten de schaal. Ze voelen soms minder nodig dan stemmen en gitaar. Onder het extra arrangement blijft de uitvoering expressief.

Guitar Man voegt ontspannen rock toe, met toetsen voor een andere tint. Yup en Good God a Woman keren naar speelsheid terug. Karakter en voordracht tellen even zwaar als de grappen. Het lichte materiaal blijft daardoor met de rest verbonden.

Lindsey Button is minder zuinig. Het herhaalde refrein rekt een eenvoudig idee te ver en vertraagt de plaat. Put 'Em Up Solid geeft een bevredigender countrygospel-slot.

Het album werkt doordat Rawlings en zijn medespelers hun enthousiasme nuttig maken voor de songs. Ernstig gevoel, vaardigheid en humor passen zonder grote identiteitswisseling. Herhaling en te ver doorgevoerde versiering blijven. Toch is Poor David's Almanack warme, boeiende roots met veel karakter.