Around the Fur
Abe Cunninghams drums maken het gewicht van Around the Fur opvallend beweeglijk. De snare klinkt scherp en direct, terwijl de groove binnen Stephen Carpenters dikke gitaarfiguren blijft bewegen. Deftones gebruikt die spanning voor muziek die tegelijk agressief en vreemd uitnodigend kan zijn.
My Own Summer (Shove It) is de duidelijkste kennismaking. De openingsriff heeft een eenvoudige, herkenbare vorm. De ritmesectie geeft hem een eigen fysiek karakter. Chino Moreno's zachte zang maakt de harde uitvallen verstorender. De song begrijpt hoeveel kracht een gat vóór de volgende klap kan hebben.
Lhabia en het titelnummer houden de harde kant actief. Mascara vertraagt naar iets ongemakkelijkers. Moreno lijkt meer in sfeer dan in duidelijke uitleg geïnteresseerd. Die dubbelzinnigheid is waardevol omdat de emotionele bewegingen vaak ingewikkelder zijn dan gewone woede. Chi Chengs bas geeft onder de gitaren vorm en beweging en maakt de rustige passages sterker aanwezig.
Be Quiet and Drive (Far Away) opent de plaat naar een veel ruimere melodische omgeving. Carpenters gitaar wordt een aanhoudende klanklaag. Moreno klinkt kwetsbaar zonder intensiteit te verliezen. De herhaalde frasen geven een gevoel van ontsnapping. De drums houden het nummer op de grond terwijl de klank uitdijt. Dai the Flu vindt opnieuw een boeiende balans tussen een zware ritmische figuur en een zoekendere zanglijn.
De confronterendste passages hebben minder eigen karakter wanneer ze vooral op geschreeuw steunen. Sommige teksten voelen meer als losse houdingen dan uitgewerkte uitingen. De muziek levert vaak de ontbrekende diepte, vooral wanneer melodie en ritme verschillende kanten op trekken. Headup maakt laat een sterk punt met botte gezamenlijke energie, inclusief Max Cavalera's bijdrage. Deftones klinkt het meest eigen wanneer de groove zowel agressie als twijfel toelaat. De beste songs reiken emotioneel veel verder dan hun eerste klap.
