Seventh Son of a Seventh Son
De toetsen veranderen het licht rond Iron Maidens muziek op Seventh Son of a Seventh Son. Vertrouwde gitaarharmonieën krijgen een koudere, vreemdere omgeving. Compacte refreinen staan naast ingewikkelder arrangementen. Het fantasieverhaal werkt vooral als sfeer die die aanpakken verbindt.
Moonchild maakt dat duidelijk. Een kort akoestisch stuk gaat over in synthesizers en een snelle, dramatische bandentree. Bruce Dickinson geeft zich aan de theatrale stemming. De toetsen horen duidelijk bij hun tijd, maar bouwen een wereld in plaats van alleen te versieren.
Infinite Dreams is subtieler. De vroege beheersing laat Steve Harris' bas en gitaren op elkaar reageren. Het arrangement wordt zwaarder terwijl de stem dringender wordt. De veranderingen passen bij de onrust. Complexiteit dient hier gevoel.
De korte songs zijn net zo belangrijk. Can I Play with Madness zet een breed refrein vooraan en blijft bewegen. De vrolijkheid kan vreemd staan naast de duisternis, maar de directheid verandert nuttig. The Evil That Men Do verbindt melodische aantrekkingskracht en moeilijke stemming vollediger.
Het titelnummer geeft veel ruimte aan instrumentale ontwikkeling. Het herhaalde zangrefrein is minder interessant dan de klankwisselingen en gitaaruitwisselingen daarna. Het midden bouwt wel overtuigende verwachting. De terugkeer naar actiever spel heeft kracht.
The Clairvoyant brengt de bas vooraan en gebruikt die vaart voor een memorabel refrein. Kleine details van The Prophecy geven een andere kleur voordat Only the Good Die Young de cirkel sluit. Het album houdt een sterke identiteit zonder elke song dezelfde structuur te geven. Het beste schrijven maakt de bovennatuurlijke wereld menselijk: angstig, hoopvol en onzeker over wat volgt.
