The Number of the Beast

The Number of the Beast

Bruce Dickinsons stem geeft The Number of the Beast een omvang die de gitaren graag evenaren. Hij kan bevelend, angstig of onverwacht kwetsbaar klinken, vaak binnen één song. Iron Maiden gebruikt dat bereik om van verhalen meer te maken dan een aanleiding voor een galopperende riff.

Het duidelijkste voorbeeld komt aan het einde. Hallowed Be Thy Name begint met de angst van een veroordeelde en bouwt geleidelijk naar een dringende reeks gitaarmelodieën. Het arrangement blijft bewegen, maar keert steeds naar de emotionele situatie terug. Dickinsons groeiende intensiteit maakt het instrumentale spel deel van hetzelfde betoog.

Children of the Damned begint kleiner. De afgemeten opening laat de melodie landen voordat de band de druk opvoert. Het contrast geeft diepte die achter de spectaculaire reputatie van het album kan verdwijnen. De verbinding tussen de delen is echt zorgvuldig gemaakt.

Spektakel is natuurlijk ook een kwaliteit. Het titelnummer heeft een herkenbare opening, scherpe ritmische aanval en zang die moeilijk te negeren is. Run to the Hills benut Clive Burrs energieke drums net zo direct. Beide blijven gemakkelijk hangen zonder het instrumentale karakter glad te maken.

Wanneer de composities gewoner worden, overtuigt de plaat minder. Invaders begint vlot, maar het refrein klinkt onhandig naast de zelfverzekerde hoogtepunten. Gangland brengt energie zonder een even sterk eigen gezicht. Een beroemde plaat kan dus ook ongelijk materiaal bevatten.

Daartussen geeft The Prisoner een ruime melodie. 22 Acacia Avenue laat de gitaren groeien binnen een zich ontwikkelend arrangement. De acht songs hebben genoeg afwisseling voor de ambities. Op hun best combineren ze de spanning van een verhalenverteller met het directe plezier van een harde, goed gevormde metalsong. Daarom blijf je terugkomen.