Holy Diver
Ronnie James Dio zingt alsof iedere frase achter in een enorme zaal moet aankomen. Op Holy Diver krijgt dat zelfvertrouwen steun van duidelijke melodieën, sterke riffs en genoeg ruimte voor een eigen bandgeluid. Het klinkt groots, maar de songs blijven direct.
Stand Up and Shout begint snel. Vivian Campbell voegt korte gitaarflitsen rond de zang toe. Het is een doeltreffende kennismaking met een band die dringend kan klinken zonder alles vol te stoppen. Het titelnummer vertraagt daarna en laat een donkerder sfeer rond de centrale riff groeien.
Dio's voordracht laat dat nummer werken. De beelden leggen zichzelf niet netjes uit, maar zijn frasering geeft ieder deel een heldere emotionele richting. Campbells solo contrasteert scherp met het gestage ritme eronder. De muziek geeft het mysterie genoeg vorm om boeiend te blijven, in plaats van alleen vaag.
Don't Talk to Strangers is het mooist opgebouwde nummer. Het zachte begin stelt de stem kwetsbaar op. Het zware gedeelte verandert vervolgens de betekenis van die terughoudendheid. Dat voelt dramatisch doordat de melodie steeds belangrijk blijft. Met zijn stevige drums laat Vinny Appice de kracht toenemen zonder de opbouw te overhaasten.
Elders nemen de songs een eenvoudigere route naar dezelfde omvang. Straight Through the Heart vertrouwt op zijn riff. Caught in the Middle heeft een prettig toegankelijke melodie. Gypsy onderscheidt zich minder, maar de uitvoering houdt het levendig. Soms keert de plaat terug naar bekende heldhaftige gebaren, waar een specifieker detail zou helpen.
Rainbow in the Dark benut de pakkende toetslijn uitstekend. Ze geeft gitaar en stem iets helders om tegenin te bewegen. Shame on the Night eindigt dreigender. In deze negen tracks wordt technische vaardigheid nergens het hoofdonderwerp. Het grootste plezier zit in hoe stevig de uitvoeringen de songs ondersteunen. Zelfs Dio's enorme stem blijft daardoor deel van een groep.
