Mutants
Mutants klinkt als drie ervaren muzikanten die ruimte maken voor plezier. Bij Mutoid Man spelen Stephen Brodsky op gitaar en zang, Ben Koller op drums en Jeff Matz op bas. Hun spel is snel en gedetailleerd, maar de songs blijven dicht bij de directe aantrekkingskracht van zware riffs, krachtige ritmes en een refrein dat op het juiste moment landt.
Call of the Void maakt die aanpak meteen duidelijk. De zangmelodie komt direct binnen en de vaart maakt een lange opbouw overbodig. Brodsky houdt zijn zang melodieus, met scherpe gitaren eromheen. Koller is belangrijk voor de balans. Hij beweegt beheerst door de snelle passages en voegt vaart toe zonder van elk gat een aparte demonstratie te maken.
Het album weet ook wanneer het moet vertragen. Broken Glass Ceiling zoekt een donkere groove op. Siren Song geeft zijn ritme meer ruimte voor bravoure. Graveyard Love zet een ruwe bas vooraan en verbindt punktempo met zware rock. Die veranderingen houden de plaat levendig zonder de opzet als powertrio te verlaten.
Unborn en Siphon tonen de rustelozere kant van het schrijven. De eerste maakt ruimte voor lawaai en een zware slotriff. De tweede stuurt de gitaar door ongewone klanken en snelle bochten. Memory Hole draait meer om een vaste, herhaalde groove. Setting Sun geeft daarna een breder melodisch slot. Het houdt energie vast en vergroot tegelijk het drama.
Mutants is niet helemaal zo wild als die beschrijving doet vermoeden. Heldere structuren en sterke refreinen maken sommige passages vertrouwder dan eerder werk. Het dichte geluid laat ook weinig lucht rond bas en drums, ondanks de vele details. Met minder compressie zouden die partijen natuurlijker kunnen ademen.
Dat verzwakt de aantrekkingskracht nauwelijks. Mutoid Man past technische vaardigheid in goed te volgen songs en geeft het zware karakter en richting. Mutants is een energiek ontmoetingspunt van metal, punk en hardrock, met genoeg melodie om na de eerste stormloop terug te komen.
