Skeletons
Op Skeletons krijgt Nothingface meer ruimte tussen de uitersten. De zware delen blijven krachtig. Rustige zang, ritmewisselingen en minder voorspelbare overgangen krijgen een grotere rol. Matt Holt kan hard of onverwacht kwetsbaar klinken. De band gebruikt die breedte om de songs verschillende kanten te geven.
Machination zet de onrustige aanpak neer. Een plotselinge instrumentale aanval maakt plaats voor rustige zang. De gitaar gaat van strakke, gedempte figuren naar een onderbroken, agressiever patroon. De overgangen kunnen abrupt zijn. Ze geven de opening ook goede spanning.
In Avernus en Ether laten overtuigend de zachte kant horen. Melodieuze delen passen natuurlijk naast het zware spel. Holts heldere voordracht draagt echt aan de songs bij en doet meer dan de intensiteit verlagen. De band vindt ruimte zonder gewicht te verliezen.
Incarnadine biedt in het latere deel een akoestische passage. Patricide geeft de drums een duidelijker marskarakter. Die details laten horen hoe kleine instrumentale veranderingen de brede gitaarpartijen interessanter maken.
I Am Him kiest een toegankelijker middentempo. I Wish I Was A Communist stuurt juist naar agressiever spel. All Cut Up brengt een verwardere gitaarfiguur in het laatste deel. De plaat verschuift de nadruk en geeft steeds een andere vorm aan het zware geluid.
Die variatie kan Skeletons ook minder direct maken. Sommige overgangen verstoren door hun onrust de vaart. De combinatie van bekende metalgrooves en avontuurlijke wisselingen zit nog niet overal helemaal op zijn plek. De ambitie is constanter dan de helderheid van ieder arrangement.
Toch geven de instrumentale details en Holts zangbereik de plaat een sterke identiteit. Skeletons werkt vooral wanneer een andere klank ook een nieuwe kant van een song laat horen. Het is een boeiende ontwikkeling van Nothingface's zware en melodieuze kwaliteiten.
