Happiness... Is Not a Fish That You Can Catch

Happiness... Is Not a Fish That You Can Catch

De ritmesectie maakt Happiness... Is Not a Fish That You Can Catch interessanter dan het bekende gitaargeluid eerst doet vermoeden. Duncan Coutts en Jeremy Taggart brengen met bas en drums beweging in de songs. Our Lady Peace schakelt daardoor tussen rustige spanning en plotselinge kracht zonder zijn evenwicht te verliezen.

One Man Army zet die samenwerking vooraan. Het openingsgeluid maakt plaats voor een couplet gedragen door bas en percussie. De gitaar wordt krachtiger wanneer de song groter moet worden. Stops en terugkomsten hebben een doel. Het refrein ontlaadt druk die onder de zang al is opgebouwd.

Is Anybody Home? gaat speelser met hard en zacht om. Gitaareffecten geven een herkenbare klank. Het zachte refrein maakt een pauze in de onrust. De song is aanstekelijk zonder het ongemak te laten verdwijnen.

Thief werkt ingetogener. Getokkelde gitaar en stille drums laten Raine Maida's stem open staan. Dat geeft een kwetsbaar emotioneel middelpunt. Zijn vreemde frasering lijkt hier bij een concreet gevoel te horen, niet alleen een herkenbaar trucje te zijn.

Elders wordt dat kenmerk soms te veel. De extreme hoogte in Consequence of Laughing valt op, maar kan van andere details afleiden. Sommige songs keren ook terug naar contrasten die eerder al goed werkten. Daardoor lijkt de band sterker aan zijn identiteit vast te zitten dan het instrumentale kunnen nodig maakt.

Stealing Babies compliceert het einde prettig. De meer jazzy passage en het onstuimige slot suggereren andere mogelijkheden dan een rustig couplet en hard refrein. De verandering is niet helemaal soepel. De bereidheid het patroon te verstoren is wel waardevol.

Er staan sterke songs en uitstekend spel op, ook wanneer de volgorde geen duidelijke ontwikkeling vasthoudt. De beste momenten laten bas, drums en gitaar de emotie naast Maida vormen. Die gedeelde verantwoordelijkheid geeft een diepte die ook de nadrukkelijkste zang niet alleen kan leveren.