Typhoons
Op Typhoons bewegen Royal Bloods riffs anders. De drums wijzen vaak naar de dansvloer, melodieën zijn helderder en elektronica geeft Mike Kerrs vervormde bas ander gezelschap. Het maakt de plaat levendig doordat ritme meer doet dan kracht afleveren. De songs slaan nog hard aan, maar kunnen ook draaien.
Trouble's Coming introduceert die balans uitstekend. De vaste puls laat de riff veren en Kerr geeft het refrein meteen melodische vorm. Oblivion heeft vergelijkbare energie. In Limbo wordt elektronica belangrijker voor de beweging. Ben Thatcher is vooral goed als een kleine keuze het gevoel verandert zonder de groove te breken. De beste melodieën werken doordat het ritme al ruimte heeft gemaakt.
Boilermaker is zwaarder en ruwer. Een scherpe centrale riff en percussie geven directe fysieke aanwezigheid. Het contrasteert nuttig met het dansbare werk. Niet elk herhaald idee is zo sterk: Who Needs Friends leunt te veel op een smalle figuur, en de falset in Mad Visions bevalt minder dan Kerrs lagere, stevigere zang. Details moeten beweging toevoegen, niet alleen een drukker refrein.
De opgewekte muziek omringt teksten over Kerrs ervaringen met verslaving en nuchter worden. Het wringt vooral wanneer een zelfverzekerde melodie iets veel onzekerders draagt. All We Have Is Now haalt met piano het ritmische pantser weg en sluit open af. Typhoons vindt plezier in een bekend zwaar geluid en maakt de koerswijziging daarmee sterk. De beste tracks ontladen helder. Het rustige einde verbindt die ontlading met een mens, niet alleen een productiekeuze.
