Frogstomp
Silverchair bestond uit tieners toen Frogstomp werd gemaakt. Je hoort een band die een luid gitaargeluid heeft gevonden en dat graag blijft gebruiken. Er zijn ruwe randjes, herkenbare invloeden en wat onhandige teksten. Er staan ook verschillende erg goede songs op. Het een sluit het ander niet uit.
Israel's Son opent sterk. De bas legt een stevige basis voordat de zware gitaren inzetten. Daniel Johns klinkt veel krachtiger dan je op grond van zijn leeftijd zou verwachten. Het nummer voert de druk verder op en de band lijkt het lawaai steeds meer vrij spel te willen geven. De aanpak is eenvoudig, maar het trio maakt hem overtuigend.
Tomorrow is beheerster. Het rustige begin laat ruimte voor een refrein dat echt omhoogkomt. De gitaarpartijen geven de song meer vorm dan alleen de gebruikelijke wissel tussen zacht en hard. Pure Massacre is zwaarder en directer, met een riff die weinig uitleg nodig heeft. Op zulke momenten zijn de invloeden minder belangrijk dan de songs zelf.
Ook het zachtere materiaal helpt. Shade laat horen dat Johns de aandacht kan vasthouden zonder tegen een muur van vervorming op te zingen. Het eenvoudige arrangement geeft de emotie ruimte. Aan het andere uiterste staat Madman: een korte instrumentale uitbarsting die vooral om snelheid en energie draait. Daar kun je twee minuten prima aan besteden.
Frogstomp overtuigt minder wanneer een sterk gitaargeluid bijna al het werk moet doen. Sommige tracks voelen nog niet helemaal uitgewerkt. De teksten kiezen soms een serieus onderwerp zonder dat helder te verwoorden. Latere Silverchair-albums zouden veel meer variatie laten horen. Dat is geen reden om dit debuut over te slaan in afwachting van de slimmere platen.
De aantrekkingskracht is direct: een strak trio, zware riffs en een jonge zanger met een opvallende stem. De plaat houdt het niveau van de beste songs niet overal vast, maar die hoogtepunten zijn sterk genoeg om alle vergelijkingen te doorstaan. Voor rechttoe rechtaan gitaarrock uit de jaren negentig zit hier nog genoeg leven in.
