Take Me Back to Eden

Take Me Back to Eden

De sterkste verrassing van Take Me Back to Eden komt wanneer The Summoning zijn belangrijkste werk al lijkt te hebben gedaan. Na zware gitaren, brede zang en zwevende elektronica keert de song terug met een ontspannen, gesyncopeerde groove. Die geeft het lange nummer een nieuw karakter en maakt het contrast speels én dramatisch.

Sleep Token bouwt veel rond die bereidheid om binnen één song de regels te veranderen. Vessels stem verbindt intieme zang, bewerkte frasen en een veel hardere aanpak. De drums zijn even belangrijk: gedetailleerde accenten maken overgangen fysiek en verbinden passages die als genre-etiketten weinig bij elkaar lijken te horen.

Aqua Regia werkt beheerst. Piano en een soepel ritme maken een nabije, licht ongemakkelijke omgeving. Vore contrasteert hard, met rauwe gitaren en zang die naar een brede melodische passage bewegen. De volgorde laat de songs elkaar scherper aftekenen. De muziek varieert, maar de stemkleur en atmosferische productie houden de herkenbaarheid.

Ascensionism neemt midden op de plaat het grootste risico. Reflectie op piano wordt korte elektronische beats en daarna zwaar materiaal, terwijl de emotie groeit. Het titelnummer legt later een vergelijkbaar brede weg af. De rustige melodie blijft betekenisvol als het arrangement vol raakt en geeft de laatste aanval meer doel dan verrassing alleen.

De plaat overtuigt minder wanneer een bekende balladvorm die ontwikkeling vervangt. Are You Really Okay? wil emotioneel iets serieus, maar verloopt voorspelbaarder dan het beste werk. Vessels nadruk geeft sommige beelden ook meer gewicht dan hun details verdienen. Af en toe is een ingetogen moment welkom.

Euclid eindigt warmer en brengt herkenning in een vaak onzeker album. Sterke melodieën en ritmisch spel dragen veel van de ambitie. De memorabelste wendingen onthullen een andere kant van een song. Zo dient de breedte uitdrukking, niet alleen variatie.