Core
Core weet hoe effectief een zware entree kan zijn. Dead & Bloated begint met Scott Weilands stem voordat de band achter hem binnenvalt. Dat maakt meteen indruk. Het debuut van Stone Temple Pilots zit vol zulke momenten: duidelijke ideeën, sterk spel en goed begrip van hoe je een refrein groter laat voelen.
Sex Type Thing draait op een strakke, herhaalde riff en zang die ertegenaan blijft duwen. Wicked Garden voegt meer melodische beweging toe met behoud van het gewicht. De gitaren klinken groot, maar Robert DeLeo's bas en Eric Kretz' drums geven de songs genoeg vorm om geen eenvoudige geluidsmuren te worden.
Plush is het volledigste voorbeeld. De gitaarakkoorden hebben meer kleur dan een doorsnee hardrockschema en Weiland geeft de melodie ruimte. Het is een grote, zelfverzekerde song met onrust eronder. Daardoor blijft hij ook voorbij het bekende refrein boeien. Het spel heeft kracht zonder dat elke partij even hard hoeft te drukken.
Creep laat een andere nuttige kant horen. Akoestische gitaar en een lager tempo laten ruimte rond de zang en Weiland gebruikt die goed. De rustigere omgeving brengt de frustratie dichterbij. Crackerman geeft daarna een directere energie-uitbarsting, met een riff die meteen vraagt om meer volume.
Het eigen karakter is hier minder ontwikkeld dan later op Purple. Sommige zware songs gebruiken vergelijkbare bewegingen. De korte gesproken omweg Wet My Bed voegt vooral vreemdheid toe en weinig inhoud. De beste nummers zijn sterker dan wat ze verbindt, waardoor het hele album ongelijkmatig kan voelen.
Maar die beste songs zijn heel sterk. Core introduceert Weiland overtuigend, met muzikanten achter hem die zowel gewicht als melodie begrijpen. Er zit meer detail in het spel dan het brede grungelabel suggereert. Volg de baslijnen en luister hoe de gitaarakkoorden de sfeer veranderen. Dan ontdek je een band met bruikbare eigen ideeën.
