Black Holes
The Blue Stones haalt op Black Holes een groot geluid uit een kleine bezetting. Het Canadese duo bouwt met gitaar, drums en zang aan bluesrockgrooves. De heldere productie laat meer ruimte dan je bij een plaat rond riffs misschien verwacht. De band overtuigt vooral wanneer het spel de vrijheid krijgt om minder voorspelbare richtingen te kiezen.
Airlock begint met loops en vertraagde geluiden. Die gelaagde introductie is een interessant vertrekpunt en suggereert een bredere sfeer dan de bluesbasis alleen. Het is een korte, veelbelovende uitnodiging om verder te luisteren.
The Drop kiest een bekender pad. De ontspannen groove en de dikke riff in het refrein hebben genoeg gewicht. De gelijkenis met andere moderne gitaarduo's is alleen moeilijk te missen. De song werkt, maar vestigt geen bijzonder eigen identiteit.
Midnight is avontuurlijker. In de tweede helft beweegt de muziek naar een psychedelische groove. Drums en percussie sturen die verandering mee. Het arrangement krijgt karakter zodra het ritme meer wordt dan alleen ondersteuning voor de gitaar.
Het bredere geluid heeft ook op zichzelf aantrekkingskracht. De productie is helder en rond. Zware riffs krijgen een soepele omgeving zonder dat het duo dun klinkt. Invloeden uit hiphop en jazz staan naast rustige psychedelische details, zodat de bluesrockbasis niet alles alleen hoeft te dragen. Tarek Jafars zang werkt vaak als een extra klanklaag, in plaats van elke song naar een groot vocaal moment te trekken. Die aanpak laat de afzonderlijke onderdelen prettig op elkaar aansluiten.
De plaat zou sterker zijn met meer van de vindingrijkheid uit de beste momenten. Te veel passages keren terug naar een bekend patroon zonder voldoende urgentie om zich te onderscheiden. Toch is Black Holes een toegankelijke kennismaking met The Blue Stones. De productie is goed afgewogen en de twee muzikanten voelen elkaar sterk aan. De plaat geeft het meest terug wanneer de grooves mogen veranderen en de sfeer net zo belangrijk wordt als de riff.
