Contraband

Contraband

De basintro van Slither is een van de slimste keuzes op Contraband. De song krijgt een richting voordat de volledige riff verschijnt. Het refrein kan de opgebouwde spanning vervolgens ontladen. Velvet Revolver is op zijn best als er binnen alle kracht zulke beweging zit.

Kracht heeft de band genoeg. Slash en Dave Kushner vallen stevig aan, Duff McKagan heeft een heldere plek onderin en Matt Sorum houdt het ritme gericht. Scott Weiland is flexibeler: hij verandert de kleur van een regel of stapelt zang om een refrein groter te maken.

Big Machine laat die kanten passen. Het basrijke couplet wordt een nadrukkelijk refrein, terwijl Weiland de energie melodisch bijstuurt. Ook Headspace verbindt hardrockvaart aan hoekiger alternatieve rock. De zanger krijgt genoeg ruimte om het materiaal te vormen.

De vroege reeks overtuigt minder. Sucker Train Blues en Do It for the Kids tonen snelheid en overtuiging. De herhaalde aanval geeft ze wel minder eigen karakter dan het spel verdient. De band wil indruk maken voordat hij daar steeds de beste song voor heeft gevonden.

Fall to Pieces verandert dat noodzakelijk. De gitaarmelodie en openere stem maken de emotie duidelijk. Rond een sterke melodie groeit het arrangement. Loving the Alien sluit opnieuw beschouwend af en toont na alle druk een zachte kant.

Die songs maken ook duidelijk wat soms ontbreekt: ruimte om één idee binnen te laten komen voordat het volgende begint. Als gitaren, zangeffecten en ritme tegelijk aandacht eisen, kan een veelbelovende song zijn middelpunt verliezen.

Toch bevat Contraband genoeg overtuigend werk voor deze samenwerking. Slither en Fall to Pieces zijn herkenbaar en de muzikanten combineren hun kwaliteiten op meerdere manieren. Het geheel is wisselvalliger dan de hoogtepunten. Op zijn best klinkt het als een band met een gezamenlijk doel, niet alleen een verzameling bekende namen.