Kin

Kin

Kin geeft Whitechapels melodieuze kant een vaste plaats naast de zware gitaren en diepe zang. De band zoekt steeds vaker de ruimte van een rocksong, maar houdt genoeg van zijn harde basis om de rustigere stukken betekenis te geven. De plaat is het sterkst wanneer die twee benaderingen binnen één nummer samenwerken.

I Will Find You begint met akoestische gitaar voordat het geluid veel zwaarder wordt. De overgang zet de aanpak helder neer: zachter spelen is hier een onderdeel van de opbouw, geen los stukje tussen de uitbarstingen. Phil Bozeman gebruikt zijn stem breder en de productie geeft zowel de rustige klanken als de zware gitaren voldoende plaats.

In History is Silent wordt dat contrast verder uitgewerkt. Akoestische invloeden en melodieuze zang krijgen ruimte, terwijl de grotere gedeelten hun metalgewicht behouden. Het nummer laat horen hoe goed de band een herkenbare lijn kan vasthouden tijdens duidelijke veranderingen in intensiteit. De zang hoeft niet voortdurend op dezelfde manier hard te klinken om overtuigend te zijn.

Lost Boy laat de aansluiting tussen zware grooves en een meer melodieuze kant bijzonder goed werken. De hardere passages voelen niet als een verplicht bewijs dat Whitechapel nog steeds kan beuken. Ze versterken de rest van het nummer. Het zachtere Anticure legt de rockinvloeden juist verder bloot en maakt de stilistische ruimte van de plaat groter.

Niet iedere verbinding klinkt even natuurlijk. Soms staan de zachtere en hardere ideeën nog wat nadrukkelijk naast elkaar, waardoor een nummer zijn eigen samenhang moet terugvinden. Toch zijn de geslaagde overgangen ruim in de meerderheid. Kin is een verzorgde, afwisselende plaat die meer vraagt dan een vergelijking met de vroege deathcorejaren. Whitechapel gebruikt zijn ervaring om melodie, gewicht en een veelzijdiger stem samen te laten werken. Dat levert enkele van de meest overtuigende momenten van het album op.