Bloom
Het gitaarspel op Bloom is erg goed. Dat zal niemand die Larkin Poe kent verbazen. Belangrijker is dat het ook iets toevoegt aan de songs. Rebecca en Megan Lovell bouwen de plaat op rond heldere melodieën, sterke stemmen en kleine verschuivingen in gevoel. Zo blijven de vertrouwde ingrediënten van rootsrock boeien.
Mockingbird begint met slidegitaar en orgel voordat Rebecca's zang het overneemt. Het is een warme opening, met genoeg kracht in het refrein om de plaat goed op gang te brengen. Megans lapsteel speelt overal een belangrijke rol. Die kan scherp uit de hoek komen of juist zacht op een andere partij antwoorden, zonder het arrangement vol te maken.
Bluephoria is een hoogtepunt. De riff heeft meer gewicht en de wisselwerking tussen de stemmen geeft het nummer vaart. De zwaardere rocksound en de bluesachtergrond sluiten vanzelfsprekend op elkaar aan. If God Is a Woman klinkt donkerder en geeft de tekst met een trage, stevige groove meer nadruk. Beide nummers hebben genoeg eigen karakter om ook later nog te herkennen.
De twee delen van Easy Love vormen een prettig contrast. Het eerste is lichter en directer, het tweede rustiger en meer op soul gericht. Door hetzelfde brede onderwerp zo anders te benaderen, vertelt het album meer dan een verzameling opgewekte liefdesliedjes zou doen.
Pearls brengt weer stevige gitaren, waarna Bloom Again afsluit met zachtere harmonieën en een meer beschouwende sfeer. De stemmen zijn een belangrijke reden waarom ook de rustige nummers werken. Ze voelen niet als pauzes tussen de gitaarhoogtepunten.
Een paar songs vallen wat minder op naast het sterke middendeel. Dat zegt vooral iets over hoe goed Bluephoria en If God Is a Woman in elkaar zitten. Als geheel blijft de plaat helder en rijk aan details die de aandacht verdienen.
Op Bloom komen goede songs op de eerste plaats. Het uitstekende spel maakt ze vervolgens beter. Aan die combinatie heb je langer plezier dan aan een verzameling indrukwekkende solo's.
