Sweet Oblivion

Sweet Oblivion

Mark Lanegans stem is de eerste goede reden om tijd te maken voor Sweet Oblivion. Ruw, laag en een beetje versleten geeft hij zelfs de directste songs het gevoel dat er al iets is misgegaan. De tweede reden is de band achter hem. Screaming Trees maakt zware gitaarmuziek met opvallend veel melodie.

Shadow of the Season opent doelgericht. Dikke gitaren en een gestage beweging geven Lanegan een sterke omgeving. Nearly Lost You volgt met een directere melodie. De riff veert en het refrein tilt het nummer op zonder de zang vrolijk te maken. Die spanning werkt prachtig: de band klinkt energiek, terwijl de zanger iets zwaarders lijkt mee te dragen.

Dollar Bill maakt de volledige breedte duidelijker. Akoestische en elektrische gitaren geven het een warmere klank. Lanegan kan een eenvoudige zin diep vermoeid laten klinken zonder de emotie te overdrijven. De ongekunstelde tederheid past even goed bij hem als het hardere materiaal. Een ingewikkeld arrangement is niet nodig wanneer een stem zo veel karakter heeft.

Gary Lee Conners gitaarwerk geeft de plaat veel kleur. De zware passages blijven verbonden met oudere hardrock, terwijl de psychedelische details voorkomen dat alles rechtlijnig en voorspelbaar wordt. Butterfly laat opnieuw horen hoe gemakkelijk deze band een memorabele song in een stevig gitaargeluid kan verpakken. Julie Paradise geeft het slot een zwaardere en ruimere uitwerking.

Je kunt Sweet Oblivion prima waarderen zonder iets van de muziekscene van Seattle te weten. De band heeft een herkenbaar geluid, met genoeg warmte en beweging om het niet beklemmend te maken. De ruwheid komt uit het spel, niet uit de behoefte om elk moment lelijk te laten klinken.

Nearly Lost You is misschien de bekendste titel, maar de omliggende songs maken meer indruk dan een verzameling rond één hit. Lanegan is een onderscheidende zanger en deze band weet hoe je hem goed laat klinken. Sterke melodieën, goede gitaren en een beetje slijtage aan de randen. Het is een bijzonder effectieve combinatie.