The Sound of Madness
Brent Smith is de belangrijkste reden dat The Sound of Madness zo goed werkt. Hij zingt met genoeg kracht om boven zware gitaren uit te komen, maar kan een rustige melodie net zo veel gewicht geven. Shinedowns derde album benut beide kanten van zijn stem goed.
Devour begint met een sterke ritmische opbouw voordat de volledige band inzet. Dat levert een snelle, directe opening op. Het titelnummer volgt met een grotere, nadrukkelijkere groove en een refrein dat zich snel vastzet. Deze songs zijn gemaakt om meteen iets los te maken. De riffs zijn helder, de drums slaan hard en Smith geeft alles urgentie.
Second Chance legt het accent anders. De melodie wordt ruimer, de gitaren minder agressief en de zang neemt meer werk op zich. Het is een verzorgde song, maar de uitvoering heeft genoeg overtuiging om niet anoniem te worden. If You Only Knew kiest een vergelijkbaar toegankelijke route. Het soepele refrein past de band heel natuurlijk.
The Crow & the Butterfly raakt het meest van de tragere songs. Het gevoel van verlies krijgt tijd om te groeien. Het arrangement bouwt de emotie op zonder meteen naar het hoogste volume te willen. Call Me sluit het oorspronkelijke album nog rustiger af. Piano geeft Smith een heldere omgeving zonder overbodige drukte. Die beheersing is welkom en het nummer houdt zijn sfeer tot het einde vast.
Het zwaardere materiaal heeft minder consequent een eigen gezicht. Sin with a Grin bezit genoeg kracht, maar een stevige aanval alleen maakt het nog niet zo memorabel als de beste refreinen. Ook verandert de vaart merkbaar wanneer de plaat tussen harde nummers en de vele ballads schakelt.
Toch verklaart het sterkste materiaal de brede aantrekkingskracht. Shinedown weet hoe je een melodie groot laat klinken en Smith geeft de songs een herkenbaar middelpunt. The Sound of Madness is vooral goed wanneer de emotionele zang mag leiden. De harde nummers brengen alles op gang; de rustigere geven de plaat veel van haar karakter.
