Hell Below/Stars Above

Hell Below/Stars Above

Toadies maakt zijn gitaarmuziek op Hell Below/Stars Above zwaarder en ruwer. Grunge, hardrock en punk vormen de songs, met genoeg melodie om kracht niet de enige attractie te maken. Todd Lewis geeft met hoge noten en wisselende voordracht spanning. De muzikale taal is bekend. De overtuiging maakt haar toch boeiend.

De ritmesectie geeft een stevige basis. Bas en drums verbinden de zware passages. Zo kunnen de gitaren vol klinken zonder de songs eronder te verliezen.

Little Sin maakt die balans duidelijk. De zware gitaren zetten de harde kant centraal. Ritme en stem ondersteunen de riff.

What We Have We Steal is directer in energie. De snelle uitbarsting geeft een nodige tempowisseling. De aanpak kan dus onmiddellijk én vol klinken. Jigsaw Girl biedt ander contrast. De balladevorm blijft verbonden met het ruwe materiaal.

Lewis bepaalt veel van het karakter. Hij wisselt scherpe kreten met ingehouden zang af. Dat geeft gevoel aan arrangementen die anders te sterk bij de invloeden zouden blijven. Melodieën verbinden de verschillende delen van het geluid.

Er zit een grens aan de verrassing. Gitaren en bekende vormen wijzen vaak terug naar gevestigde rock, niet naar een nieuwe richting. De aanhoudende dichtheid kan vermoeien, vooral wanneer de composities weinig onderscheid tussen de sterke momenten maken.

Toch heeft Hell Below/Stars Above genoeg energie en melodie om de inzet te rechtvaardigen. Toadies voelt zich thuis in de zware stijl. De beste songs verbinden de kracht van de muzikanten met expressieve zang. Het album slaagt door die combinatie, ook al blijven de invloeden herkenbaar.