Louder Than Love

Louder Than Love

Subtiliteit biedt Louder Than Love niet als eerste. Chris Cornell zingt alsof hij boven het hele gebouw wil uitkomen. Kim Thayils gitaar geeft een flinke hindernis. Soundgardens tweede album brengt zware rock, vreemde ritmes en lawaailust rommelig samen.

Ugly Truth heeft een riff die een gewonere band zou kunnen dragen. De details voorkomen dat: Cornells frasering duwt tegen de instrumenten en de gitaar blijft te ruw voor comfortabele bluesrock. Hands All Over is nog eigener. De cirkelende figuur maakt de omvang desoriënterend.

Het beste ontstaat wanneer beweging gewicht onderbreekt. Gun begint traag en versnelt tot de eerste groove uiteengetrokken lijkt. Matt Cameron maakt dat fysiek, niet alleen technisch. Get on the Snake heeft een ritme dat eenvoudig lijkt tot je precies volgt waar een frase eindigt.

Loud Love verbindt kracht en melodie het sterkst. De hoge openingsgitaar leidt natuurlijk naar Cornell. Er blijft na het volume genoeg vorm hangen. Full on Kevin's Mom is anders nuttig: snel, rommelig spel voorkomt één lange trage mars.

Niet alle humor blijft sterk. Big Dumb Sex zegt duidelijk iets over lege rockpose, maar een duidelijke grap wordt niet vanzelf beter. De troebele klank verbergt soms de ritmesectie. Minder ontwikkelde songs worden zwaarder zonder beter te worden.

Louder Than Love heeft niet de precisie van de sterkste Soundgarden-platen. Aantrekkelijk is de lastige energie waarmee vertrouwde rock vreemde vormen krijgt. Genoeg experimenten slagen om door het ruwe te navigeren, vooral wanneer riffs zelf vaart krijgen.