The Music That Died Alone

The Music That Died Alone

The Music That Died Alone brengt klassieke progressieverockklanken met een opvallend lichte aanpak. The Tangent gebruikt lange composities, drukke toetsen en veel solo's. Het debuut raakt er zelden door verzwaard. Sterke melodieën en een levendige ritmesectie maken de ingewikkelde passages gemakkelijk te volgen. De muziek bouwt duidelijk op het verleden, met genoeg energie om dat plezierig te maken.

In Darkest Dreams zet de grote vorm meteen neer. Orgel, gitaar en saxofoon geven de opening kracht, voordat de muziek ruimtelijker wordt. In The Midnight Watershed leidt de piano een jazzachtige passage. In Dark Dreams biedt een rustig zangdeel. Akoestische klanken zorgen voor nieuwe afwisseling voordat Night Terrors terugkeert.

The Canterbury Sequence heeft een andere charme. Fluit beweegt door een ontspannen, swingend arrangement. Het instrumentale samenspel heeft iets speels. Gitaar en mandoline in Captain Manning's Mandolin brengen het geheel tot een zacht slot. Er wordt veel gespeeld, maar warme details zijn net zo belangrijk als snelle loopjes.

Up-Hill From Here is een directere rocksong met orgel en gitaar als aandrijving. De eenvoudige aanpak is welkom. Het bereik is alleen kleiner dan in de stukken eromheen. De saxofoon kan ook wat te nadrukkelijk worden.

De afsluitende titelcompositie herstelt de balans. Een rustige piano-inleiding gaat over in een beschouwender zangpassage, met kleur van fluit en saxofoon. De instrumentale delen houden die stemming vast. Het einde kiest niet voor een groots en luid gebaar.

The Music That Died Alone werkt doordat het samenspel zo hecht klinkt. De invloeden zijn gemakkelijk te herkennen. Het spel houdt warmte en beweging. Het is een bijzonder uitnodigend beginpunt voor The Tangent, vooral voor wie ambitieuze prog met ademruimte zoekt.