The Devil Put Dinosaurs Here
Stone doet zijn naam eer aan voordat de zang begint. De lage riff is bot en tastbaar. De zangmelodie lijkt ertegenaan te leunen, in plaats van er gemakkelijk boven te zweven. The Devil Put Dinosaurs Here gebruikt vaak diezelfde wrijving tussen zware instrumenten en verrassend uitnodigende melodieën.
Op dit album uit 2013 voelt Alice in Chains zich duidelijk thuis in het eigen geluid. Jerry Cantrell en William DuVall mengen hun stemmen zo hecht dat ze bijna een extra gitaarlaag vormen. Ze voegen spanning toe zonder zelf alle aandacht te eisen. Hollow zet de schaal geduldig neer met een riff en een refrein dat het arrangement opent. Pretty Done blijft dichter bij het malende geluid. Juist daarom is de duidelijk pakkende melodie van Stone zo welkom.
Voices brengt een noodzakelijke klankverandering. De akoestische gitaar geeft de stemmen ruimte. De melodie blijft goed te volgen zonder emotioneel eenvoudig te worden. Ook Scalpel toont de sterke melodieuze kant. De lichte aanpak geeft de zware songs eromheen een duidelijker functie, omdat de plaat ook een andere kant op kan.
Het titelnummer is een van de interessantere lange stukken. De onrustige gitaarbeweging draagt kritiek op religieuze zekerheid. Het arrangement wordt krachtiger in plaats van alleen de openingsstemming te herhalen. Phantom Limb zet DuVall duidelijker vooraan en valt scherper aan. De uitvoeringen hebben afzonderlijk veel karakter.
De volgorde helpt niet iedere song even goed. Verschillende tracks houden lang hetzelfde gewicht en tempo aan. Bij een volledige luisterbeurt kunnen de verschillen vervagen. Breath On A Window vindt extra vaart. Choke sluit afgemeten af. Toch zou de plaat nog een verandering kunnen gebruiken die zo beslissend is als Voices.
Het album biedt meer dan betrouwbare zwaarte. De beste melodieën duwen tegen de gitaren in en kleine wendingen in de arrangementen verdienen aandacht. Het is een zelfverzekerde Alice in Chains-plaat waarvan de sterkste songs deze versie van de band overtuigend maken.
