Tripper

Tripper

Tripper laat horen hoeveel ruimte twee muzikanten kunnen vullen. Hella keert terug naar de combinatie van Spencer Seims gitaar en Zach Hills drums en houdt het tempo van de ideeën hoog. De partijen blijven bijna voortdurend bewegen. De interessantste momenten ontstaan wanneer die drukte toch een herkenbare melodie of richting krijgt.

Daar ligt ook de spanning van de plaat. Het samenspel is zo dicht op elkaar gebouwd dat er weinig rust is om een detail los te bekijken. De drums rollen en verschuiven, de gitaar beweegt daar dwars doorheen, en ondertussen veranderen de accenten opnieuw. Het kan meeslepend zijn, maar vraagt een behoorlijke concentratie.

Self Checkout heeft een duidelijke gitaarfiguur waar het drukke drumspel zich omheen kan bewegen. Die herkenbaarheid maakt het nummer toegankelijker dan de hoeveelheid noten doet vermoeden. De vaart blijft belangrijk, maar er is ook iets waaraan de luisteraar zich kan vasthouden.

Kid Life Crisis verandert de klank door verschillende ritmische lagen op elkaar te leggen. Het geeft de vertrouwde intensiteit een ander oppervlak. In Netgear gaat Hella verder met de bewerking: de vertraagde afsluiting trekt het geluid uit zijn gewone vorm. Het is een opvallende onderbreking van de constante beweging.

Niet iedereen zal die aanpak een heel album lang willen volgen. Soms lijkt de ruimte voor een melodisch idee kleiner dan de ruimte voor nog een nieuwe beweging. De drukte kan daardoor haar eigen effect verminderen. Wie meer afwisseling in tempo of bezetting zoekt, krijgt niet altijd genoeg contrast.

Toch klinkt Tripper niet als een lege oefening in snelheid. Er zitten melodie, structuur en speelplezier in de onderlinge reacties. De beste stukken geven de techniek een herkenbare vorm, zonder de eigenzinnigheid te verliezen. Hella blijft veeleisend, maar maakt duidelijk waarom dat onrustige samenspel ook aantrekkelijk kan zijn.