Screaming for Vengeance

Screaming for Vengeance

Judas Priest vindt op Screaming for Vengeance een uitstekende balans tussen dreiging en uitnodiging. De riffs zijn scherp, de refreinen royaal en Rob Halford maakt van een eenvoudige zin iets bijzonders. De toegankelijke nummers geven de zware passages een duidelijk doel.

Het korte instrumentale The Hellion maakt een grootse entree, voordat Electric Eye alles op scherp zet. De meerstemmige gitaarpartijen geven de muziek een groots karakter. Het ritmespel geeft vervolgens een strakkere, dringendere duw. Halford verleent het onderwerp van surveillance een passende koude autoriteit. Het nummer is theatraal zonder zijn riff uit het oog te verliezen.

Riding On The Wind houdt de energie hoog. De drums laten de gitaren bijna vliegen. Bloodstone beweegt zwaarder en doelbewuster. Door dat andere tempo landen de zangfrasen stevig. De leadgitaren voegen kleur toe zonder de richting te onderbreken. Die contrasten maken het begin van de plaat bijzonder sterk.

Het titelnummer is het agressiefste deel. Halford duwt zijn stem richting een schreeuw, terwijl de gitaren van meerdere kanten aanvallen. De band hoeft de muziek duidelijk niet zachter te maken om een memorabel refrein te schrijven. De uitvoering gaat tot het uiterste met overtuiging.

You've Got Another Thing Comin' neemt de andere route. Het bouwt vertrouwen op rond een gestage maat en een riff die je meteen vastpakt. Binnen die groove is ruimte voor de luisteraar. De eenvoud is bewust en zelfverzekerd. Dat is moeilijker te bereiken dan het klinkt.

Sommige andere tracks hebben minder eigenheid. Pain And Pleasure leunt meer op bekende gebaren. Fever heeft Halfords zang nodig om het melodrama te laten overtuigen. Beide passen op de plaat, maar de grote nummers leggen de lat hoger. Devil's Child brengt de scherpte terug voor een sterk slot. Priest maakt de grote gebaren van metal uitnodigend zonder het gevaar eruit te halen. Dat is een flinke prestatie als songschrijvers.