Perihelion

Perihelion

Perihelion klinkt opvallend opgewekt voor muziek waarin zoveel tegelijk gebeurt. Sungazer brengt jazz, elektronische productie en onregelmatige ritmes samen, met melodieën en grooves die meestal goed te volgen blijven. Adam Neely en Shawn Crowder geven hun technische ideeën een duidelijke functie: ze maken de nummers levendiger, zonder het plezier achter de ingewikkelde partijen te verstoppen.

Threshold zet meteen verschillende klanken naast elkaar. Diepe elektronische accenten en drukke percussie maken plaats voor een lichtere pianobeweging. De overgang geeft het nummer ruimte om van karakter te veranderen. Het geluid blijft precies afgewerkt, waardoor de onderdelen helder herkenbaar zijn.

In All These People worden de bewerkte stemmen onderdeel van het ritme. De kleine knipjes en herhalingen geven de melodie een andere vorm. Het resultaat heeft genoeg directheid om niet alleen als een technisch experiment te werken. De productie is nadrukkelijk aanwezig, maar draagt ook echt iets bij aan het nummer.

Days into Nights neemt meer tijd en houdt de beweging rustiger. Dat geeft de plaat een bruikbaar contrast. Thicc trekt de muziek juist richting funk en disco, met een lossere, speelse uitstraling. Zulke verschillen helpen om de vele stijlen binnen dezelfde plaat een plaats te geven.

Niet iedere elektronische uitwerking is even overtuigend. Rond het midden krijgen sommige gladde klanken en stijluitstapjes veel ruimte, waardoor de samenhang even minder sterk wordt. De heldere productie houdt de verschillende partijen wel goed hoorbaar.

Toch is Perihelion vooral een toegankelijke, nieuwsgierige plaat. Sungazer maakt het de luisteraar gemakkelijker dan de ingewikkelde ritmes doen vermoeden. De combinatie van sterke grooves, heldere klank en veranderende arrangementen houdt genoeg houvast over. Dat maakt het album aantrekkelijk voor wie jazzfusion graag ook buiten de vertrouwde instrumentale vormen hoort.