Disappointment Island
Op Disappointment Island maakt TTNG zijn lastige ritmes opvallend vanzelfsprekend. De gitaar tekent snelle, heldere lijnen en de drums verschuiven er soepel onderdoor. Je hoeft niet bij te houden hoeveel tellen een maat heeft om te horen waar de muziek heen wil. De band speelt nauwkeurig, maar houdt genoeg beweging in de nummers om ze niet als een oefening te laten klinken.
Henry Tremains zang helpt daarbij. Zijn lichte, wat weemoedige stem probeert het spel niet te overstemmen. In "A Chase of Sorts" geeft hij de drukke begeleiding een melodie die makkelijk te volgen blijft. "Consoling Ghosts" heeft een vergelijkbare helderheid, met een bitterzoete lading die goed bij het zachte gitaarwerk past. Het zijn goede voorbeelden van hoe de band zijn gevoel voor ingewikkelde patronen aan echte liedjes kan koppelen.
De opbouw is vaak even belangrijk als het spel zelf. Rustige passages groeien langzaam uit tot stevige stukken, zonder dat de overgangen geforceerd worden. "Sponkulus Nodge" haalt veel uit de drums die verschillende ritmes door elkaar laten lopen. De zwaar vervormde finale voelt daardoor als een duidelijke bestemming. De extra kracht maakt indruk omdat er zorgvuldig naartoe is gewerkt.
Soms neemt de band juist te veel terug. De kale, langzamere delen van "Consoling Ghosts" en "Empty Palms" geven de stem minder steun, waardoor de spanning even wegvalt. Ook kan de volle verzameling details voor nieuwe luisteraars moeilijk te doorgronden zijn. Toch voelt de plaat als een samenhangender geheel dan zijn voorganger. Het samenspel dient vaker de richting van een nummer. Disappointment Island is vooral aantrekkelijk door dat evenwicht: genoeg verrassingen voor wie graag op de details let, en genoeg melodie om ook zonder die aandacht te werken.
