Spring Island
Op Spring Island klinkt Delta Sleep minder gehaast om elke mogelijkheid van een nummer te benutten. De gitaren draaien nog steeds om elkaar heen en de ritmes zitten vol kleine verschuivingen. Bas en drums houden zich alleen vaker in, waardoor de melodieën meer ruimte krijgen. Dat levert een warme plaat op waarin onzekerheid en zorgen gewoon naast sterke meezingmomenten kunnen bestaan.
Het korte Water Fall begint bescheiden, met zachte zang en lichte elektronische klanken. Daarna laat The Detail meteen horen hoeveel beweging de band in een helder liedje kan stoppen. De gitaren vullen elkaar aan, de drums geven precies genoeg vaart en de zang houdt alles bij elkaar. View to a Fill bouwt daarop verder met een hoekig ritme dat verrassend soepel blijft klinken.
De somberdere passages geven de plaat diepte, maar werken niet allemaal even goed. Forest Fire heeft een mooie, terughoudende gitaarklank en een verzorgde sfeer. De muzikale ontwikkeling is minder overtuigend: het nummer blijft wat lang bij zijn beginidee hangen. Dat valt juist op doordat de band elders zo gemakkelijk van kleine bewegingen een volledig liedje maakt.
Old Soul is daar een goed tegenvoorbeeld van. De terugblik op jongere jaren krijgt een gezamenlijk, hoopvol karakter in plaats van alleen weemoed. Verderop zorgen Spun en het donkerdere Hotel 24 voor andere kleuren, zonder de rustige samenhang te verstoren. De terugkeer naar de opening in Water Rise geeft het album een duidelijke afronding.
Niet ieder liedje onderscheidt zich even sterk van de rest. Wie vooral de grote afwisseling van Ghost City zoekt, zal hier iets minder verrast worden. Maar Spring Island heeft een eigen aantrekkingskracht: het klinkt bedachtzaam zonder zijn energie te verliezen. De techniek blijft aanwezig en helpt de liedjes vooruit, terwijl de zang steeds vaker het middelpunt mag zijn.
