3
tricot houdt op 3 de vaart erin, maar laat ook duidelijker horen hoe goed de band met melodieën omgaat. De gitaren blijven grillig, de drums veranderen gemakkelijk van richting en de bas duikt op tussen alle openingen. Toch voelt het samenspel zelden overvol. De zanglijnen maken van die beweeglijke onderdelen liedjes die je vrij snel kunt herkennen.
Tokyo Vampire Hotel zet meteen stevig in. De drukke drums en scherpe gitaarpartijen hebben iets ongeduldigs, maar de zang geeft het nummer een heldere lijn. Yosoiki kiest vervolgens voor een soepelere beweging, met een duidelijke funk- en discokleur. De band hoeft niet voortdurend harder of ingewikkelder te spelen om interessant te blijven. Een andere nadruk in het ritme is vaak al genoeg.
Die afwisseling maakt het album sterk. Sukima is rustiger en laat de melodie meer ontspannen bewegen, terwijl Echo een jazzachtige zachtheid heeft. Daartegenover staat het nerveuze samenspel van 18, 19, waarin de muzikanten de muziek steeds kort laten omslaan. De kleine ritmische verrassingen hebben effect omdat de liedjes verder genoeg houvast bieden.
De hoge zang zal niet voor iedereen even prettig zijn. Vooral in Pork Ginger kan die nadrukkelijke klank schuren, ook al hoort dat ongemak bij de spanning van het nummer. Deze muziek vraagt bovendien aandacht: de snelle veranderingen laten zich lastig negeren. Wie alleen een constante gitaarachtergrond zoekt, zal hier weinig rust vinden.
Voor de rest brengt 3 zijn ideeën overtuigend bij elkaar. De samenzang versterkt de toegankelijke kant, zonder de scherpe randjes van het instrumentale spel af te halen. Afsluiter Melon Soda laat die combinatie op haar meest aanstekelijke moment horen. Het is een plaat waarop ingewikkelde muziek plezierig en direct kan blijven. tricot maakt ruimte voor meer dan technische bewondering: de liedjes geven ook een goede reden om terug te komen.
