A Dark Euphony
De zang van Zora Cock maakt een eenvoudig melodisch idee op A Dark Euphony al snel iets bijzonders. Haar stem klinkt helder, maar heeft ook iets vreemds en onrustigs. Blackbriar geeft die combinatie een passende omgeving: grote arrangementen, donkere toetsen en gitaren die op de juiste momenten stevig doorpakken. De muziek is verzorgd zonder alle spanning glad te strijken.
An Unwelcome Guest begint overtuigend. De gitaren geven de plaat meteen gewicht en de melodie blijft gemakkelijk te volgen. De band zet de verschillende onderdelen niet alleen naast elkaar, maar gebruikt ze om een duidelijke stemming neer te zetten. De heldere zang krijgt meer betekenis doordat de begeleiding iets dreigends houdt.
In Thumbelina leveren kleine, heldere klokjes een opvallend contrast met het zware geluid. Zulke details helpen om de fantasiewereld van de teksten vorm te geven. De arrangementen hoeven niet voortdurend groter te worden om de aandacht vast te houden. Blackbriar weet ook met een kleine verandering in klank iets aan een nummer toe te voegen.
The Evergreen And Weeping Tree kiest voor een veel rustiger begin. De piano en zang dragen een groot deel van het liedje voordat de rest van de band het geluid uitbreidt. Cock krijgt daar ruimte voor zowel de zachte als krachtigere kant van haar stem. Die beheerste opbouw is sterk, al zorgen de langzamere stukken rond het midden van de plaat ook voor minder vaart.
Niet ieder nummer herstelt daarna dezelfde directe energie. Dat is de belangrijkste beperking van een album dat verder duidelijk weet wat het wil. De productie geeft de orkestrale partijen voldoende diepte en de melodieën houden de uitgebreide aankleding bijeen. A Dark Euphony biedt veel voor wie houdt van gothic en symfonische metal waarin de zang het verhaal draagt. De sterke momenten zijn zowel toegankelijk als overtuigend donker.
