Flesh Coffin
Flesh Coffin geeft Lorna Shores deathcore een duidelijker melodieus en symfonisch karakter. De band blijft snel en bijzonder hard spelen, maar gebruikt de extra lagen om meer spanning in de nummers te brengen. De gitaren leveren niet alleen gewicht: ook de leads en de koudere melodieën bepalen hoe de muziek beweegt.
Offering of Fire begint met een onheilspellende opbouw voordat de drums en gitaren losgaan. Het technische spel is meteen overtuigend. Snelle riffs, harde zang en zwaar vertraagde stukken volgen elkaar op zonder dat de uitvoering zijn scherpte verliest. Het nummer laat tegelijk een beperking horen: de opeenvolging van aanvallen duurt langer dan de ideeën altijd nodig hebben.
FVNERAL MOON verdeelt die kracht trefzekerder. De zwaar aangezette passages blijven kort genoeg om hun effect te houden, waarna een solo of een nieuwe riff de snelheid terugbrengt. Dat geeft de muziek meer vaart dan een opbouw die alleen naar het volgende vertraagde gedeelte toewerkt.
In The//Watcher krijgen de symfonische en blackmetalachtige klanken meer ruimte. De melodieën maken het nummer herkenbaar zonder de felle buitenkant weg te nemen. Ook de toetsen dragen bij aan de sfeer, maar bepalen niet ieder detail. De band laat hier goed horen hoe de verschillende stijlinvloeden iets gezamenlijks kunnen opleveren.
Niet de hele plaat houdt dat niveau van onderscheid vast. De zang grijpt vaak terug op dezelfde wisseling tussen hoge en lage geluiden, en sommige nummers lopen door hun aanhoudende druk wat in elkaar over. Toch is Flesh Coffin een stevige stap in het schrijven. De beste stukken gebruiken dynamiek en melodie om hun extreme geluid sterker te maken. Lorna Shore heeft de middelen voor een bijzonder eigen aanpak al duidelijk in handen; vooral de zorgvuldig geplaatste veranderingen geven de plaat haar sterkste momenten.
