Peace Sells... but Who's Buying?

Peace Sells... but Who's Buying?

Megadeth klinkt heerlijk instabiel op Peace Sells... but Who's Buying?. Gitaren draaien door moeilijke patronen, drums blijven extra beweging vinden en Dave Mustaine klinkt alsof hij niemand in de ruimte vertrouwt. Hoe langer de arrangementen zich ontvouwen, hoe duidelijker de controle wordt.

Wake Up Dead introduceert dat met weinig zang. Het verhaal is kort, maar de muziek ontwikkelt door scherp verschillende riffs heen. Die wisselingen maken de spanning. Chris Poland speelt soepele leadfrasen rond Mustaines hoekige aanval. Het samenspel tussen de twee gitaristen is daardoor bijzonder boeiend.

Het titelnummer is directer. David Ellefsons herkenbare basfiguur opent. De groove geeft de stem ruimte voordat de song versnelt. Mustaine klinkt niet soepel of bijzonder flexibel, maar zijn sneer past perfect. Zijn frustratie heeft een karakter dat een conventionelere zanger misschien had gladgestreken.

The Conjuring zoekt donkere theatraliteit. Tempo en gelaagde gitaarideeën maken de sfeer actief, niet alleen somber. Good Mourning / Black Friday vergroot het contrast met een geduldige instrumentale passage voor de gewelddadige aanval. De beelden zijn bot, maar het arrangement is dramatisch slim.

Gar Samuelsons drumspel is een belangrijke reden waarom de plaat zo levendig klinkt. Hij voegt beweging binnen songs toe in plaats van alleen de snelheid aan te geven. De bas is hoorbaar genoeg voor een eigen ritmische rol. De band kan aan de randen los klinken en eronder strak verbonden blijven.

De cover I Ain't Superstitious is minder noodzakelijk dan het eigen materiaal. Hij past bij de sfeer, maar onderbreekt een reeks met een uitgesproken stem. My Last Words herstelt die voor het slot. De blijvende aantrekkingskracht zit tussen kunde en onrust. Megadeth maakt ingewikkelde muziek waarin de woede elk moment kan losbarsten.