Clandestine

Clandestine

Clandestine geeft Entombeds zware death metal meer ruimte om te bewegen. De schurende gitaren zijn er nog steeds, maar de nummers vertrouwen minder op een voortdurende sprint. Tragere riffs, wisselende structuren en dreigende details geven de muziek een bredere vorm zonder haar felheid te verminderen.

Living Dead begint direct en hard. De riffs volgen elkaar snel op, terwijl de drums genoeg accenten leggen om de beweging begrijpelijk te houden. De overgang naar Sinners Bleed voelt vanzelfsprekend. Beide nummers laten horen hoe goed de band technische drukte aan een duidelijk ritme kan koppelen.

Met Evilyn wordt de zware, meeslepende kant nog belangrijker. De gitaren hoeven niet zo snel mogelijk te spelen om overtuigend te blijven. Het lagere tempo geeft de riffs meer gewicht en maakt hun vorm beter herkenbaar. Nicke Anderssons drums houden ondertussen genoeg leven in de muziek om stilstand te voorkomen.

Crawl werkt op een vergelijkbare manier, met een duidelijk doorstappend ritme en een onaangename sfeer. Verderop verruimt Through the Collonades het geluid met een zachtere opening voordat de zware partijen overnemen. De afwisseling voelt onderdeel van het nummer, waardoor de spanning zich kan opbouwen in plaats van alleen abrupt te veranderen.

De plaat is niet overal even sterk. Sommige wendingen maken de nummers ingewikkelder zonder ze direct memorabeler te maken. Ook blijft er genoeg overeenkomst tussen de riffs om losse tracks in elkaar te laten overlopen. De iets duidelijkere productie helpt bij het volgen van de instrumenten, maar verandert daar niet alles aan.

Toch overtuigt Clandestine als een samenhangende plaat. De gitaren klinken vol, de drums reageren voortdurend op wat er gebeurt en de ruwe zang past bij de onrust. Entombed gebruikt meer variatie om zijn death metal zwaarder én sfeervoller te maken. Dat levert muziek op die naast pure kracht ook genoeg te ontdekken heeft.