Script of the Bridge

Script of the Bridge

Script of the Bridge laat horen hoeveel sfeer een band kan opbouwen zonder de songs kwijt te raken. De twee gitaren van The Chameleons beantwoorden en overlappen elkaar. Ze hoeven niet te wedijveren om ruimte. De bas van Mark Burgess en de drums van John Lever houden de muziek in beweging. Kleine toetsenpartijen en veel echo maken de omgeving groter. Het klinkt rusteloos, maar zelden gehaast.

Don't Fall begint met een stevige gitaaraanval en dringende zang. Up the Down Escalator maakt de melodie directer uitnodigend, terwijl de tekst onrustig blijft. Dat verschil is belangrijk. De plaat kan boosheid overbrengen zonder je buiten te sluiten. De helderdere momenten horen bij dezelfde wereld als de donkere.

Second Skin brengt de sterke punten bijzonder goed samen. Het arrangement biedt ruimte voor verschillende gitaarideeën en een geduldige ontwikkeling. Toch blijft de emotionele bedoeling helder. Burgess staat stil bij wat muziek voor een luisteraar kan betekenen. Daardoor heeft het gedetailleerde spel iets directs om zich op te richten. Ingewikkeld spelen is hier geen doel op zichzelf.

Monkeyland groeit vanuit een zachter begin naar een veel nadrukkelijkere rol voor drums en gitaren. Aan de andere kant laten de ritmesectie en de galmende gitaren van View from a Hill een ruimtelijk slot ontstaan. Zulke verschuivingen voorkomen dat de plaat één stemming zonder aanpassing blijft herhalen.

De klank heeft ook grenzen. Een deel van de echo en de productiekeuzes verraadt duidelijk zijn tijd. Burgess is bovendien eerder herkenbaar dan technisch veelzijdig. De helderdere songs voelen soms minder dromerig dan de rest. Toch maken het gitaarspel en de sterke melodieën die bezwaren klein. Script of the Bridge heeft genoeg details om aandacht te belonen en genoeg direct gevoel om die aandacht gemakkelijk vast te houden.