Killing Joke
Het debuut van Killing Joke maakt van een beperkt aantal ingrediënten een krachtig, ongemakkelijk geluid. De gitaar van Geordie Walker is zwaar en wringend. De ritmes zetten de muziek echter in beweging in plaats van alles alleen maar plat te drukken. Jaz Coleman geeft de songs een stem die tegelijk gealarmeerd en bevelend klinkt. De spanning ontstaat door de manier waarop die partijen samenwerken.
Requiem is een sterke opening. Een herhalende elektronische figuur en een afgemeten, zwaar ritme laten de zang genoeg ruimte om indruk te maken. De gitaar geeft gewicht zonder de melodie weg te nemen. Die combinatie van kracht en herkenbaarheid maakt het nummer duurzamer dan een eenvoudige uitbarsting van agressie.
Wardance trekt de aanval strakker aan. De rondgaande riff, de bewerkte stem en de stevige beat maken de herhaling doelgericht. The Wait is scherper en sneller, met een hakkerig gitaarpatroon en boze zang. Geen van beide songs heeft veel veranderingen nodig om te blijven boeien. De beheersing is even belangrijk als de vijandigheid. Daardoor heeft het ritme iets duidelijks om vooruit te blijven duwen.
Complications vindt binnen dezelfde ruwe omgeving een directere, toegankelijkere beweging. Primitive laat de bas en drums aan het begin ruimer naar voren komen. Daarna verhogen de gitaar en synthesizer de druk. Die verschillen zijn klein, maar nuttig. Ze houden de plaat actief zonder het koppige eigen karakter weg te nemen of de arrangementen onnodig druk te maken.
De aanpak heeft grenzen. Door de herhaling is er minder plaats voor gewone hooks. Ook maakt de mix de zang en drums soms minder doeltreffend. De sombere stemming biedt bovendien weinig verlichting. Toch wegen die bezwaren zelden op tegen de kracht van het spel. Killing Joke laat dansbaar ritme en schurend geluid elkaar versterken. Het resultaat is een gericht, eigenzinnig debuut dat zijn ongemakkelijke visie overtuigend volhoudt.
