Closer
Closer trekt het geluid van Joy Division verder open, zonder de muziek toegankelijker te maken. De stevige baslijnen en aanhoudende drums zijn er nog, maar toetsen, vreemde gitaarklanken en de productie van Martin Hannett geven de nummers minder vertrouwde vormen. Het album werkt het beste als geheel. De kracht zit in de verschuivende sfeer van de negen nummers, niet in een reeks voor de hand liggende singles.
Atrocity Exhibition is een gedurfde opening. De rollende drums van Stephen Morris blijven doorgaan terwijl de gitaar er schurend tegenin gaat. Het arrangement biedt weinig houvast, maar dankzij het ritme wordt het geen vormeloze herrie. Isolation kiest vervolgens een andere weg. Heldere, onrustige synthesizers en een dansbare beat staan onder de gekwelde zang van Ian Curtis. Pakkend betekent hier niet vrolijk.
In A Means to an End komen bas, gitaar en drums directer bij elkaar. Heart and Soul klinkt meer opgesloten en bouwt spanning op met herhaling en kleine veranderingen. Die nummers laten horen hoeveel de band met weinig middelen kan bereiken. De instrumenten laten ruimte voor elkaar, waardoor de plotselinge verstoringen van de gitaar des te harder aankomen.
De laatste nummers werken naar een trager einde toe. Twenty Four Hours wisselt tussen ingehouden spanning en kracht. The Eternal zet Curtis tegenover sobere piano en toetsen. Decades sluit af met brede synthesizerklanken die ver afstaan van eenvoudige punkrock. De verandering is groot, maar klinkt toch als een logisch onderdeel van deze plaat.
Dat laatste gedeelte vraagt veel van je. Wie een snelle ontlading zoekt, krijgt op Closer weinig tegemoetkomingen. De kille klank kan je bovendien op afstand houden. Aandachtig luisteren loont: de arrangementen geven hun details geleidelijk prijs. Joy Division vergroot hier zijn muzikale mogelijkheden met opvallend veel beheersing. Dat levert een ongemakkelijk album op dat van begin tot eind blijft boeien.
