Ultra Mono

Ultra Mono

Ultra Mono vergroot alles wat IDLES herkenbaar maakt. De drums slaan hard, de gitaren maken scherpe herrie en Joe Talbot geeft zijn woorden de vorm van duidelijke leuzen. De band speelt met zoveel overtuiging dat de energie bijna vanzelf overkomt. Tegelijk maakt die nadrukkelijke aanpak ook de zwakkere kanten van zijn geluid beter hoorbaar.

War opent zonder terughoudendheid. De bas duwt door, de gitaren spatten uiteen en de drums geven de aanval een stevige ondergrond. Grounds kiest voor een kalere, onderbroken beweging. Daar ontstaat spanning doordat de band juist minder invult. Het is een nuttig verschil op een plaat die vaak groot en luid wil zijn.

De directe aanpak werkt goed wanneer het ritme en de woorden elkaar versterken. Anxiety heeft een nerveuze kracht, terwijl Reigns met zijn schurende geluid een duidelijke dreiging opbouwt. Drummer Jon Beavis houdt de muziek daarbij scherp. Zijn partijen geven de nummers vaart en voorkomen dat het volume de enige bron van beweging wordt.

Een paar veranderingen in klank helpen ook. De rustige piano van Jamie Cullum aan het begin van Kill Them With Kindness wordt abrupt door de band onderbroken. Het is een klein, effectief moment van humor. A Hymn neemt juist afstand van die uitbundigheid. Het nummer houdt de spanning vast in een soberder, ernstiger vorm en biedt een welkome rust in de opeenstapeling.

De beperkingen zitten vooral in de herhaling en de grove lijnen. Sommige teksten zeggen precies wat ze bedoelen, maar laten weinig ruimte voor een tweede gedachte. Ook de gitaren leveren vaker extra druk dan een echt herkenbare partij. Ultra Mono blijft daardoor minder verrassend dan de eerste twee albums. Het heeft genoeg sterke momenten en genoeg ritmische kracht om indruk te maken, maar de band overtuigt hier niet overal even gemakkelijk als zijn eigen volume doet vermoeden.