Whirlpool

Whirlpool

Whirlpool geeft zijn dromerige gitaren een opvallend stevige beweging mee. Chapterhouse gebruikt zachte zang en veel vervorming, maar laat de ritmesectie nadrukkelijk richting geven. De melodieën blijven daarbij goed herkenbaar. De plaat kan stevig rocken en tegelijk iets bijna gewichtloos houden. Vooral wanneer die twee kanten elkaar versterken, heeft de band veel aantrekkingskracht.

Breather zet meteen vaart. Akoestische en elektrische gitaren vullen elkaar aan, met drums die het nummer zonder veel omwegen vooruithelpen. De zang blijft licht en ver weg, maar de melodie verdwijnt niet. De opening trekt je de plaat in.

Pearl gebruikt een nadrukkelijker dansritme. De terugkerende beweging geeft de vervormde gitaren houvast en laat de zachte zang prettig door het geheel lopen. Falling Down heeft eveneens een stevige groove, maar zet de rockkant harder aan. De band laat zo horen dat shoegaze niet voortdurend hoeft te vertragen om een sterke sfeer op te roepen.

Autosleeper neemt meer tijd en wisselt een langzamere opbouw af met fellere uitbarstingen. April laat de gitaren verder uitwaaieren. Die stukken verbreden de plaat, al houden ze de spanning minder consequent vast dan de directere nummers. Something More zorgt voor een zachter einde van het oorspronkelijke album.

Whirlpool is niet overal even samenhangend. De verschillende benaderingen sluiten soms minder goed op elkaar aan en de ingehouden zang kan weinig richting bieden. Toch zijn de beste nummers sterk genoeg om dat op te vangen. De plaat verbindt mooie melodieën aan een overtuigende ritmische basis. Ze heeft een prettige combinatie van vaart, zachtheid en gitaargewicht die de minder strakke passages goed doorstaat.