A Go Go
A Go Go laat goed horen hoe jazz onder de oppervlakte ingewikkeld kan zijn en toch meteen prettig wegluistert. John Scofield speelt met toetsenist John Medeski, bassist Chris Wood en drummer Billy Martin muziek die stevig op funkritmes leunt. De gitaar krijgt alle ruimte om af te dwalen, terwijl een duidelijke groove steeds voor richting zorgt.
Het titelnummer zet die verhouding meteen neer. De ontspannen, licht ruwe gitaarklank past mooi bij een ritme dat vanzelf tot bewegen uitnodigt. Scofield voegt gaandeweg scherpere randjes toe zonder de groove te verstoren. Het orgel van Medeski brengt eigenzinnige kleuren aan en geeft de melodie meer karakter dan een gewone begeleidingspartij zou doen.
Chank begint vanuit een strakke slagfiguur op gitaar. Orgel en gitaar sluiten nauw op elkaar aan, waarna de solo de grenzen wat oprekt. Het is een goed voorbeeld van hoe deze groep een eenvoudig uitgangspunt vol mogelijkheden laat klinken. De verbinding met blues en R&B blijft duidelijk, ook als Scofield een hoekige weg door de melodie kiest.
Er is ook ruimte om adem te halen. Kubrick klinkt zachter, met onder die kalmte iets onrustigs. Die verandering voorkomt dat de plaat één lange demonstratie van funktechniek wordt. Hottentot zet daarna het gezamenlijke gevoel voor timing weer voorop. Het boeiende zit minstens zo sterk in de reacties tussen de muzikanten als in hun afzonderlijke prestaties.
De directe productie past daarbij. Bas, drums, toetsen en gitaar hebben ieder een duidelijke rol, terwijl de muziek warm en levendig blijft. Wie traditionele jazz zoekt, zal zich even op deze aanpak moeten instellen. Voor liefhebbers van een expressieve gitaar en een sterke ritmesectie combineert A Go Go indrukwekkend spel met een opvallend toegankelijk geluid.
