Caipi
Op Caipi geeft Kurt Rosenwinkel zijn liedjes meer ruimte dan lange gitaarsolo's. Hij speelt een groot deel van de instrumenten zelf en brengt jazz, Braziliaanse muziek en pop bij elkaar. Zijn zang is minder gepolijst dan zijn gitaarspel. Dat geeft de plaat iets persoonlijks, ook wanneer de arrangementen behoorlijk vol worden.
Het titelnummer laat de Braziliaanse invloed duidelijk horen. De gelaagde begeleiding blijft dicht bij een herkenbaar liedje. Op Kama verbinden synthesizers en een elektronische beat zich met Portugese zang.
Casio Escher combineert zang zonder woorden van Amanda Brecker en Pedro Martins met getokkelde gitaar en de saxofoon van Mark Turner. De stemmen geven het arrangement extra kleur.
Little Dream heeft een bescheiden gitaarbijdrage van Eric Clapton. Ook hier blijft het popliedje belangrijker dan een wedstrijd tussen gitaristen. De zang en de vele instrumentale lagen krijgen veel aandacht, maar niet iedere melodie blijft even sterk hangen. De zachte romantische sfeer kan de spanning soms wegnemen.
Dat hij zoveel zelf speelt, geeft de muziek een samenhangend karakter. Het maakt ook de grenzen van deze aanpak duidelijk. Een expressieve gastbijdrage geeft niet vanzelf het hele liedje de extra kracht die het nodig heeft.
Dat is de belangrijkste beperking van Caipi. Het zelf opgebouwde geluid is knap, maar de volle arrangementen laten niet altijd genoeg ruimte tussen de onderdelen. De ritmes hadden soms directer mogen aanzetten. Tegelijk is de keuze voor deze persoonlijke liedjes goed te begrijpen. Rosenwinkel zoekt hoorbaar naar een andere manier om zijn muzikale ideeën samen te brengen. De beste momenten maken nieuwsgierig, ook als de hele plaat niet overal even overtuigend blijft.
