The Hunting Party
Linkin Park zet op The Hunting Party de gitaren weer nadrukkelijk vooraan. De elektronische richting van de voorgaande platen maakt ruimte voor een hardere, directere aanval. Dat betekent niet dat alle melodie verdwijnt. De refreinen blijven herkenbaar, maar krijgen meer druk van de instrumenten eronder. De band klinkt vooral alsof hij plezier heeft in de kracht van stevig samenspel.
Brad Delson en Rob Bourdon krijgen veel ruimte. De gitaarpartijen kunnen fel uithalen en de drums geven de muziek meer beweeglijkheid. War trekt de aanpak richting punk, met een korte, stevige aanval. Het is een andere vorm van energie dan de band via zijn geprogrammeerde geluiden kan opbouwen.
De gasten passen meestal goed tussen de eigen muzikanten. Rakim geeft Guilty All the Same een duidelijk ander rapgeluid, terwijl Page Hamilton op All for Nothing aansluit bij het zwaardere karakter. Rebellion profiteert van Daron Malakians herkenbare inzet. De bijdrage vergroot de gitaarpower zonder het meteen als een los uitstapje te laten klinken.
Niet iedere samenwerking maakt evenveel indruk. Drawbar gebruikt de aanwezigheid van Tom Morello voor een veel terughoudender, door piano gedragen moment. Het geeft rust, maar is minder overtuigend als showcase voor zo'n uitgesproken gitarist. Until It's Gone laat beter horen hoe Linkin Park sfeer kan gebruiken zonder de opbouw stil te zetten.
Final Masquerade houdt aan het einde de melodieuze kant overeind, voordat de plaat haar slot bereikt. The Hunting Party is vooral sterk wanneer de band die herkenbare zang combineert met het vrijere gitaar- en drumwerk. De terugkeer naar een harder geluid levert daardoor meer op dan een vertrouwde stijl alleen. Er zit voldoende energie in de uitvoering om deze nummers hun eigen plek te geven.
