Imaginaerum

Imaginaerum

Nightwish behandelt Imaginaerum als een film die je ook zonder beeld moet kunnen volgen. Het album uit 2011 hoort bij een filmproject, maar heeft al genoeg wisselingen van sfeer om zelfstandig te werken. Metal, folk, orkestrale muziek en zelfs jazz krijgen een plek. Die bewegingsvrijheid levert mooie verrassingen op, al maakt de band het zichzelf soms onnodig moeilijk.

Storytime biedt eerst nog een herkenbaar vertrekpunt. Het refrein is direct, de aankleding groot en de melodie blijft gemakkelijk hangen. Daarna toont de plaat meer gezichten. Slow, Love, Slow verruilt het gebruikelijke geweld voor een ingetogen, jazzy omgeving. Anette Olzon klinkt daar bijzonder op haar gemak. Haar stem hoeft niet voortdurend over een muur van gitaren heen en krijgt ruimte voor een andere vorm van expressie.

I Want My Tears Back brengt met zijn folkmelodieën meer vaart en beweging. Vooral de passage met de pipes maakt duidelijk hoeveel plezier er in die combinatie kan zitten. Turn Loose the Mermaids kiest voor een zachtere benadering en laat de zang opnieuw goed uitkomen. Dit zijn de momenten waarop de verschillende stijlen de nummers werkelijk iets extra's geven. De afwisseling heeft dan een functie die verder gaat dan alleen verrassen.

Niet elke grote scène valt zo goed op zijn plaats. De overdaad in Scaretale kan de kern van het nummer uit zicht duwen. Ook Song of Myself vraagt met zijn lange gesproken gedeelte meer aandacht dan de muzikale ontwikkeling teruggeeft. Tegen het einde voelt de route daardoor langer en minder samenhangend dan nodig was.

Toch blijft Imaginaerum interessant juist door de keuzes die buiten de veilige Nightwish-formule vallen. De ingetogen zang en folkpassages geven de plaat karakter. Als geheel is het werk minder strak dan het had kunnen zijn, maar wie ruimte heeft voor omwegen vindt hier verschillende kanten van de band die de moeite waard zijn.